Vertellen of niet — Het autistisch brein
Het autistisch breinZelf een autistisch brein

Vertellen of niet

Vertel je dat je autistisch bent? Aan wie, wat en wanneer? Jij beslist. Wat het kan opleveren, wat het kan kosten, en hoe je het aanpakt.

Duur 25 minutenBewijs redelijkBronnen nagekeken 28-10-2026Lees eerst Wat is autisme?

Lees ook de andere kant: Duidelijk communiceren

1/14

Eerst even gokken

Wat weet je al over vertellen dat je autistisch bent? Kies wat je denkt. Fout is niet erg.

2/14

Wat betekent vertellen?

Vertellen betekent hier: je laat iemand weten dat je autistisch bent. Een vriend, een leerkracht, een collega, je baas. Jij beslist aan wie, wat en wanneer.

Zie het als de deur van je huis. Jij bepaalt wie je binnenlaat. En hoe ver: alleen de gang, of ook de woonkamer. Sommige mensen laat je helemaal binnen. Anderen spreek je aan de deur.

Vertellen hoeft dus niet alles of niets te zijn. Je kunt het aan één persoon vertellen. Je kunt vertellen wat je nodig hebt, zonder het woord autisme. Bijvoorbeeld: "Ik werk beter met oordopjes in."

Om te onthouden

Jij bepaalt wie je binnenlaat, en hoe ver.

Je hoeft het niet te vertellen

Je diagnose is van jou. Voor werk is er een regel. Een werkgever mag in een sollicitatiegesprek niet naar je gezondheid vragen. Je hoeft alleen iets te vertellen als het rechtstreeks van belang is voor de functie.

Ben je nog jong? Dan beslissen je ouders vaak mee. Maar het is goed als ook jij mag kiezen.

3/14

Wat kan het opleveren, en wat kan het kosten?

Vertellen kan veel opleveren. De ander begrijpt beter waarom je iets doet. Je kunt om hulp of een aanpassing vragen. Je hoeft je minder aan te passen om erbij te horen. Dat aanpassen kost veel energie.

Mensen die het weten, kunnen ook helpen. Ze kunnen je bijvoorbeeld voorbereiden op iets nieuws. Of ervoor zorgen dat je minder vaak in een lastige situatie komt.

Maar vertellen kan ook iets kosten. Niet iedereen weet veel over autisme. Sommige mensen hebben vooroordelen. Of ze behandelen je ineens anders.

Daarom is het een afweging. Niet één keer, maar elke keer opnieuw. Bij de ene persoon wel, bij de andere niet.

4/14

Wat weten we?

Over vertellen is onderzoek gedaan, vooral bij volwassenen.

WatWat we wetenBron
Eerste indrukDe eerste indruk van autistische volwassenen was beter als mensen wisten dat ze autistisch warenSasson en Morrison (2019)
KennisWie meer over autisme wist, had een betere eerste indrukSasson en Morrison (2019)
Op het werkVertellen liep soms goed en soms niet. Het hing af van kennis, aanpassingen en de sfeerRomualdez e.a. (2021)
SollicitatieEen werkgever mag niet naar je gezondheid vragenAutoriteit Persoonsgegevens

Eerste indruk. Onderzoeker Noah Sasson liet 215 mensen hun eerste indruk geven van 40 volwassenen. Een deel was autistisch. Wisten de mensen dat iemand autistisch was? Dan was hun eerste indruk beter. En wie meer over autisme wist, oordeelde ook vriendelijker.

Op het werk. De onderzoekers Romualdez, Walker en Remington spraken met 24 autistische volwassenen over vertellen op hun werk. Sommigen hielden het liever voor zichzelf. Anderen vonden vertellen belangrijk. Het liep soms goed en soms niet. Het hing af van drie dingen: wisten collega's iets van autisme, kwamen er aanpassingen, en hoe was de sfeer in het bedrijf?

5/14

Probeer het zelf

Denk aan één persoon aan wie je het misschien wilt vertellen. Vul de vertelkaart in. Je hoeft nog niets te beslissen. De kaart helpt je nadenken.

Wat je invult, blijft op dit apparaat.

6/14

Hoe pak je het aan?

Wil je het vertellen? Een paar manieren om het aan te pakken.

Vandaag: stel jezelf vier vragen

Aan wie wil ik het vertellen? Wat wil ik dat die persoon weet? Wat heb ik nodig? En wat doe ik als het anders loopt dan ik hoop?

Begin bij iemand die je vertrouwt

Vertel het eerst aan iemand bij wie je je veilig voelt. Een ouder, een vriend, een mentor. Zo oefen je wat je wilt zeggen.

Vertel wat het voor jou betekent

Autisme is bij iedereen anders. Zeg dus ook wat het bij jou betekent. Bijvoorbeeld: "Ik ben autistisch. Harde geluiden komen bij mij heel hard binnen. Daarom draag ik soms een koptelefoon."

Kies een rustig moment

Vertel het op een moment dat je niet gehaast of moe bent. Niet midden in een ruzie of een drukke dag. Je kunt ook een brief of bericht sturen, en er later over praten.

Vraag om wat je nodig hebt

Je kunt om een aanpassing vragen zonder het woord autisme. "Mag ik een plek bij het raam, waar het rustiger is?" Soms is dat genoeg.

7/14

Herken je dit?

Drie mensen, drie deuren. Kijk wat er gebeurt als iemand anders beslist, en wat er gebeurt als ze zelf kiezen.

Casus 1Fleur, groep 8

Wat er speelt

Fleur is 11. Haar juf wil aan de klas vertellen dat Fleur autistisch is. Dan begrijpen de anderen haar beter, denkt de juf. Fleur wil dat niet.

Wat de meeste mensen doen

De juf vertelt het toch, met goede bedoelingen.

Waarom dat niet werkt

Fleur heeft niet zelf gekozen. Ze voelt zich bekeken, en vertrouwt de juf minder.

Wat beter werkt

De juf, Fleur en haar ouders praten samen. Fleur kiest: alleen twee vriendinnen weten het. De juf zorgt dat Fleur een rustige plek in de klas heeft.

Waarom dat helpt

Fleur houdt de deur zelf in handen. En ze krijgt toch wat ze nodig heeft.

Casus 2Yusuf, eerste jaar hbo

Wat er speelt

Yusuf is 19. Hij haalt zijn toetsen niet. In een grote zaal met 200 studenten kan hij zich niet concentreren. Hij heeft het aan niemand verteld.

Wat de meeste mensen doen

Yusuf denkt: ik moet gewoon harder werken.

Waarom dat niet werkt

Harder werken helpt niet tegen de drukte in de zaal.

Wat beter werkt

Yusuf vertelt het aan de studentendecaan. Hij mag zijn toetsen maken in een kleinere ruimte. Zijn klasgenoten hoeven het niet te weten.

Waarom dat helpt

Yusuf vertelt het aan één persoon, en alleen wat nodig is. Zo krijgt hij een aanpassing.

Casus 3Ingrid, op haar werk

Wat er speelt

Ingrid is 52. Ze kreeg vorig jaar de diagnose. Ze werkt al twintig jaar bij hetzelfde bedrijf. Ze twijfelt of ze het moet vertellen.

Wat de meeste mensen doen

Een vriendin zegt: "Gewoon vertellen, iedereen zal het begrijpen."

Waarom dat niet werkt

Dat weet niemand van tevoren. Het hangt af van de mensen en de sfeer.

Wat beter werkt

Ingrid vult de vertelkaart in. Ze vertelt het eerst aan één collega die ze vertrouwt. Die reageert goed. Later vertelt ze het aan haar leidinggevende, met wat ze nodig heeft.

Waarom dat helpt

Ingrid bepaalt het tempo. Stap voor stap kan ze zien hoe mensen reageren.

8/14

Past het niet?

Vertellen gaat niet altijd zoals je hoopt.

  • De reactie valt tegenIemand zegt: "Je ziet er helemaal niet autistisch uit."Je kunt zeggen: "Autisme zie je vaak niet aan de buitenkant." Je hoeft het niet verder uit te leggen.
  • Je hebt spijtJe had het liever niet verteld.Terugnemen kan niet. Wel kun je vragen of de ander het voor zichzelf houdt.
  • Iemand vertelt het doorzonder jou te vragen.Zeg dat je dat niet fijn vindt. Vraag het niet nog een keer te doen.
  • Je blijft twijfelenJe weet niet wat je moet doen.Je hoeft niet nu te beslissen. Praat er eerst over met iemand die je vertrouwt.
9/14

Voor jou

Wat betekent dit voor jou? Kies op het overzicht wie je bent, dan staat jouw stukje open.

Zelf

Je diagnose is van jou. Je mag het vertellen, en je mag het voor jezelf houden. Je mag het aan de ene persoon wel vertellen, en aan de andere niet. Er is geen goed of fout.

Ouder of verzorger

Vertel niet over de diagnose van je kind zonder dat je kind meebeslist. Bespreek samen aan wie jullie het vertellen, en wat. Hoe ouder je kind, hoe meer het zelf mag kiezen.

Leerkracht, docent of leidinggevende

Vertel het niet door zonder toestemming. Vraag wat iemand nodig heeft, niet alleen wat de diagnose is. Zorg voor een sfeer waarin vertellen veilig is.

Basisschool

Bespreek met je ouders en de leerkracht wie het mogen weten. De klas hoeft het niet te weten, tenzij jij dat wilt.

Middelbare school

Je mentor kan veel regelen, ook zonder dat de klas het weet. Bijvoorbeeld een rustige plek bij toetsen. Jij kiest wat je vertelt.

Studie

Je kunt naar de studentendecaan of studentenadviseur gaan. Samen bekijk je welke aanpassingen kunnen, zoals een rustige ruimte bij toetsen. Je docenten hoeven niet alles te weten.

Werk

Een werkgever mag in een sollicitatiegesprek niet naar je gezondheid vragen. Je hoeft het dus niet te vertellen. Wil je een aanpassing? Dan kan vertellen helpen. Je kunt ook eerst met de bedrijfsarts praten.

10/14

Mythes & valkuilen

Over vertellen hoor je dingen die niet kloppen. Hier zijn er drie, met wat wel klopt.

BeweringKlopt het?Wat wel klopt
Je moet je werkgever vertellen dat je autistisch bent.NeeEen werkgever mag in een sollicitatiegesprek niet naar je gezondheid vragen. Je hoeft alleen iets te vertellen als het rechtstreeks van belang is voor het werk.
Als je het vertelt, denken mensen slechter over je.Niet altijdIn onderzoek was de eerste indruk juist beter als mensen het wisten. Maar het hangt wel af van de mensen.
Vertellen is alles of niets.NeeJe kunt het aan één persoon vertellen. Of alleen vertellen wat je nodig hebt.
11/14

Hulp nodig?

Twijfel je, of liep vertellen niet goed? Je hoeft het niet alleen op te lossen.

Iemand die je vertrouwt
een ouder, een vriend, een broer of zus. Praat er samen over.
Op school of studie
je mentor, de intern begeleider (IB'er) of de studentendecaan.
Op je werk
de bedrijfsarts of een vertrouwenspersoon.
De huisarts
als je er veel over piekert.
De NVA
de Nederlandse Vereniging voor Autisme, op autisme.nl. Daar kun je ook praten met andere autistische mensen.
12/14

Samenhang

Lees eerst

Verwant

Hierna

13/14

Bronnen

Alle bronnen van de cursus →

14/14

Toets

Laat zien wat je weet. Er zijn 8 vragen. Heb je er 6 goed, dan heb je het onderwerp gehaald.

Gebaseerd op onderzoek en op de ervaring van autistische mensen. Deze cursus legt uit wat autisme is en geeft je hulpmiddelen. Hij stelt geen diagnose en vervangt geen hulpverlener. Herken je jezelf, of gaat het niet goed? Praat erover met iemand die je vertrouwt, je huisarts, of je mentor of studentendecaan.