Mythes over autisme
Over autisme gaan veel verhalen rond die niet kloppen. Wat wel klopt, en hoe je zelf checkt of iets waar is.
Eerst even gokken
Klopt het, of klopt het niet? Kies wat je denkt. Fout is niet erg. Zo merk je straks wat je nieuw leert.
Wat is een mythe?
Een mythe is een verhaal dat veel mensen geloven, maar dat niet klopt. Over autisme gaan veel mythes rond. Ze maken het leven van autistische mensen soms moeilijker.
Ken je het spel doorfluisteren? De eerste persoon fluistert een zin in het oor van de tweede. Die fluistert hem door naar de derde. Aan het eind van de rij is de zin heel anders geworden.
Zo ontstaan veel mythes. Iemand ziet één autistisch persoon. Daar maakt hij een verhaal van over iedereen. Een ander vertelt het door. Na een tijd gelooft bijna iedereen het.
Een verhaal wordt niet waar doordat veel mensen het vertellen.
Mythes zijn niet alleen fout. Ze kunnen ook pijn doen. Iemand hoort "jij voelt toch niks". Of iemand krijgt geen hulp, omdat "meisjes geen autisme hebben". Daarom loont het om te checken wat klopt.
Wat doet het autistisch brein?
Je kunt niet in het hoofd van een ander kijken. Je ziet alleen wat iemand doet. Daar maak je een verhaal bij. Bij het autistisch brein klopt dat verhaal vaak niet.
Een voorbeeld. Een klasgenoot doet op school gewoon mee. Je denkt: die heeft geen autisme. Maar misschien verbergt die persoon het. Dat kost veel energie, en thuis is die persoon heel moe.
Nog een voorbeeld. Iemand reageert niet als een klasgenoot huilt. Je denkt: die voelt niks. Maar misschien schrikt die persoon juist. Het autistisch brein weet dan niet meteen wat het moet doen.
Aan de buitenkant zie je gedrag. Aan de binnenkant werkt het brein anders. Een mythe ontstaat als je de buitenkant ziet, en de binnenkant gokt.
Wat weten we?
Over veel mythes is onderzoek gedaan. Hieronder staat eerst wat onderzoekers vonden, en daarna welke mythe dat rechtzet. Bij elke uitkomst staat waar hij vandaan komt. Alle bronnen staan ook op de bronnenpagina.
| Wat onderzoek laat zien | De mythe die niet klopt | Bron |
|---|---|---|
| 657.461 kinderen gevolgd: de BMR-prik gaf geen grotere kans op autisme | De prik veroorzaakt autisme | Hviid e.a. (2019); WHO |
| Autisme is aangeboren, en vooral erfelijk | Autisme komt door de opvoeding | Thuisarts.nl; Sandin e.a. (2017) |
| Meeleven hing niet samen met autisme | Autistische mensen voelen niks voor een ander | Bird e.a. (2010) |
| Autistische mensen onder elkaar gaven een verhaal net zo goed door | Autistische mensen kunnen niet goed praten met anderen | Crompton e.a. (2020) |
| Er is ongeveer 1 meisje op elke 3 jongens | Autisme is iets voor jongens | Loomes e.a. (2017) |
| Ongeveer 3 op de 10 had een uitzonderlijk talent | Alle autistische mensen hebben een supertalent | Howlin e.a. (2009) |
De prik en de opvoeding
De prik. Onderzoeker Anders Hviid volgde in Denemarken 657.461 kinderen. Kinderen met de BMR-prik kregen niet vaker autisme dan kinderen zonder. Ook de WHO zegt: vaccins veroorzaken geen autisme. Het oude onderzoek dat het wel beweerde, bleek vals. Het tijdschrift heeft het teruggetrokken.
De opvoeding. Autisme is aangeboren. En ongeveer 80 procent van de verschillen komt uit erfelijkheid. Het komt dus niet door strenge of koele ouders. Ouders hebben het niet veroorzaakt.
Gevoel en contact
Meeleven. Onderzoeker Geoffrey Bird keek in het brein van mensen, terwijl een ander pijn had. Sommige mensen leefden minder mee. Dat kwam niet door autisme. Het kwam door iets anders: alexithymie. Dat is moeite om je eigen gevoel te herkennen en te benoemen. Dat komt bij autistische mensen vaker voor, maar niet bij iedereen. Dit is één onderzoek. Er is meer onderzoek nodig om het zeker te weten.
Praten met elkaar. Onderzoeker Catherine Crompton liet groepen van acht mensen een verhaal doorvertellen. Net als bij doorfluisteren. Autistische mensen onder elkaar gaven het verhaal net zo goed door als niet-autistische mensen onder elkaar. In gemengde groepen ging er meer mis. Daar voelde het contact ook minder goed.
Dat zegt iets belangrijks. Het probleem zit niet in één persoon. Twee verschillende breinen moeten elkaar leren begrijpen. Dat gaat twee kanten op.
Meisjes, talent en camoufleren
Meisjes. Onderzoeker Rachel Loomes zette 54 onderzoeken op een rij. Zij vond: ongeveer drie jongens op één meisje. Niet vier op één, zoals je vaak hoort. En meisjes met autisme krijgen vaker geen diagnose.
Talent. Onderzoeker Patricia Howlin keek bij 137 autistische mensen. Ongeveer 3 op de 10 had een uitzonderlijk talent, zoals heel snel rekenen. De meesten dus niet, ook al zie je dat in films vaak anders. Volgens de NVA hebben de meeste autistische mensen een gemiddelde tot hoge intelligentie. Ongeveer 3 op de 10 heeft een verstandelijke beperking.
Camoufleren. Onderzoeker Laura Hull sprak 92 autistische volwassenen. Veel van hen verbergen hun autisme om erbij te horen. Dat heet camoufleren. Het kost veel energie, en kan je uitputten. Dat je autisme niet aan iemand ziet, betekent dus niet dat het er niet is.
Probeer het zelf
Hieronder staan tien beweringen. Sommige kloppen, andere niet. Kies wat jij denkt. Daarna zie je wat wel klopt.
Wat je invult, blijft op dit apparaat.
Hoe check je een bewering?
Je hoort of leest iets over autisme. Hoe weet je of het klopt? Stel jezelf deze vier vragen.
Vandaag: let op de woorden "alle" en "nooit"
Mythes gebruiken vaak grote woorden: alle, nooit, altijd, iedereen. "Alle autistische mensen houden van treinen." Autisme is een spectrum: geen twee autistische mensen zijn hetzelfde. Een zin over alle autistische mensen klopt dus bijna nooit.
Probeer het vandaag. Hoor je een zin over autisme? Let op of er "alle" of "nooit" in staat.
Wie zegt het?
Is het een arts, een onderzoeker, of iemand met autisme die over zichzelf vertelt? Of iemand die het ook maar ergens hoorde? Dat maakt verschil.
Iemand met autisme die over zichzelf vertelt, weet veel over zichzelf. Maar dat geldt niet voor iedereen met autisme.
Waar komt het vandaan?
Vraag: "Waar heb je dat gelezen?" Een goede bewering heeft een bron. Een filmpje met veel views is geen bron. Een bericht dat veel gedeeld wordt, ook niet.
Wat zegt een betrouwbare site?
Zoek het op bij een site die je kunt vertrouwen. Bijvoorbeeld:
- Thuisarts.nl
- van huisartsen, in gewone taal.
- Autisme.nl
- van de NVA, de Nederlandse Vereniging voor Autisme.
- De bronnen van deze cursus
- op de bronnenpagina.
Zeggen die iets anders? Dan klopt de bewering waarschijnlijk niet.
Wat zeg je als iemand een mythe vertelt?
Je hoeft niet iedereen te verbeteren. Wil je het wel? Houd het kort en rustig. Bijvoorbeeld:
- "Dat hoor ik vaak. Maar het klopt niet. Onderzoek laat zien dat …"
- "Bij mij werkt het anders. Ik …"
- "Waar heb je dat gelezen? Ik ken ander onderzoek."
Herken je dit?
Drie mensen horen een mythe. Kijk wat er gebeurt als niemand checkt, en wat er gebeurt als iemand dat wel doet.
Casus 1Sem, groep 8
Sem is 11 en autistisch. Een klasgenoot valt en huilt. Sem blijft stil zitten. Een ander kind zegt: "Sem voelt toch niks. Dat hebben mensen met autisme."
Niemand zegt iets. De klas gaat verder.
De mythe blijft hangen in de klas. Sem hoort hem vaker. Hij gaat zich afvragen of het waar is.
De meester vraagt Sem later wat er gebeurde. Sem zegt: "Ik schrok. Ik wist niet wat ik moest doen." De meester legt de klas uit: Sem voelt wel. Hij laat het op een andere manier zien.
De klas leert dat stil zijn iets anders is dan niets voelen. En Sem weet dat hij gewoon wel voelt.
Casus 2Lisa, tweede jaar hbo
Lisa is 20. Ze vertelt een vriendin dat ze autistisch is. De vriendin zegt: "Echt? Dat zie je helemaal niet aan je."
Lisa lacht. Ze zegt: "Nee, haha." Thuis is ze moe en verdrietig.
De vriendin denkt nu dat het wel meevalt. Maar Lisa camoufleert de hele dag. Dat kost haar veel energie.
Lisa zegt: "Dat hoor ik vaker. Ik doe veel moeite om het niet te laten zien. Daar word ik moe van." De vriendin vraagt wat haar helpt.
De vriendin begrijpt nu waarom Lisa soms vroeg naar huis gaat. Lisa hoeft het minder te verbergen.
Casus 3Mark, vader van twee kinderen
Mark is 38. Zijn oudste zoon is autistisch. Op internet leest hij dat autisme door de BMR-prik komt. Zijn dochter van 1 moet binnenkort die prik krijgen.
Mark twijfelt. Hij deelt het bericht en zegt de afspraak af.
Het bericht klopt niet. Zonder prik kan zijn dochter mazelen krijgen. En hij geeft zichzelf de schuld van het autisme van zijn zoon. Dat is ook niet terecht.
Mark stelt de vier vragen. Wie zegt het? Waar komt het vandaan? Hij leest op Thuisarts.nl en bij de WHO wat er bekend is. En hij belt het consultatiebureau met zijn vragen.
Mark weet nu: de prik veroorzaakt geen autisme, en de opvoeding ook niet. Zijn dochter krijgt de prik.
Past het niet?
Checken helpt bijna altijd. Maar soms loopt het anders.
- Je hebt geen energie om uit te leggenJe hoeft niet elke mythe te verbeteren.Zeg niets, of stuur later een link naar deze les.
- De ander wil niet luisterenIemand blijft bij zijn mening, ook na uitleg.Stop het gesprek. Praat met iemand die je wel begrijpt.
- Het is geen mythe meer, maar pestenIemand gebruikt autisme om jou of een ander uit te lachen.Dat is niet jouw schuld. Vertel het aan je mentor, een vertrouwenspersoon of je leidinggevende.
- Het klopt wel voor één persoon"Jan houdt niet van knuffelen" kan waar zijn voor Jan.Het wordt pas een mythe als je het over alle autistische mensen zegt.
- Je vindt geen bronJe weet niet of het klopt.Zeg "ik weet het niet zeker". Dat is ook een goed antwoord.
Voor jou
Wat betekent dit voor jou? Kies op het overzicht wie je bent, dan staat jouw stukje open.
Zelf
Je hebt misschien zelf een mythe gehoord, over jou. Dat kan pijn doen. Weet: mythes zeggen iets over wat mensen niet weten. Ze zeggen niets over wie jij bent. Je bepaalt zelf of je iets uitlegt. Je hoeft het niet.
Iemand om me heen
Je kent iemand met een autistisch brein. Misschien geloofde je zelf ook een paar mythes. Dat is niet erg, want bijna iedereen hoort ze. Vraag de persoon zelf hoe het voor hem of haar is. Dat is de beste bron.
Ouder of verzorger
Het autisme van je kind komt niet door jouw opvoeding, en niet door een prik. Het is aangeboren. Hoor je een mythe over je kind, bijvoorbeeld op school? Dan mag je dat rechtzetten. Deze les en de bronnen kun je delen.
Leerkracht, docent of leidinggevende
In een klas of team gaan mythes snel rond. Jij kunt ze stoppen. Reageer rustig als je er een hoort, ook als de autistische persoon er niet bij is. Vraag de persoon zelf wat hij of zij wil dat anderen weten. Gebruik iemand niet als voorbeeld voor de groep zonder toestemming. Of iemand vertelt over zijn autisme, beslist die persoon zelf.
Mythes & valkuilen
Ook bij het checken zelf kun je fouten maken. Hier zijn er vier.
| Bewering | Klopt het? | Wat wel klopt |
|---|---|---|
| Als veel mensen het zeggen, klopt het. | Nee | Ook een fout verhaal kan heel vaak gedeeld worden. Kijk naar de bron, niet naar hoeveel mensen het zeggen. |
| Een positieve mythe is niet erg. | Nee | "Alle autistische mensen zijn goed in rekenen" klinkt aardig. Maar wie dat niet is, voelt zich dan raar. Ongeveer 3 op de 10 heeft een uitzonderlijk talent, niet iedereen. |
| Als ik één autistisch persoon ken, ken ik autisme. | Nee | Autisme is een spectrum. Geen twee autistische mensen zijn hetzelfde. |
| Een filmpje van een arts is altijd betrouwbaar. | Nee | Ook een arts kan iets fout zeggen. Kijk of Thuisarts.nl of de NVA hetzelfde zeggen. |
Hulp nodig?
Heb je last van mythes, of van wat mensen over jou zeggen? Je hoeft het niet alleen op te lossen.
- Iemand die je vertrouwt
- een ouder, een vriend, een broer of zus. Vertel wat je hoorde.
- Op school of studie
- je mentor, de vertrouwenspersoon of de studentendecaan. Zeker als het pesten wordt.
- Op je werk
- je leidinggevende of de vertrouwenspersoon.
- De NVA
- de Nederlandse Vereniging voor Autisme, op autisme.nl. Voor informatie en contact met anderen.
Samenhang
Lees eerst
- Wat is autisme?de basis: een brein dat anders werkt
Verwant
- Anders communicerenwaarom twee breinen elkaar soms niet snappen
- Camouflerenwaarom je het aan veel mensen niet ziet
Hierna
- Meisjes, vrouwen en een late diagnosewaarom meisjes vaak gemist worden
- Vertellen of nietals je wilt vertellen dat je autistisch bent
Bronnen
- richtlijnCenters for Disease Control and Prevention (CDC) (2025). Clinical Testing and Diagnosis for Autism Spectrum Disorder. CDC, met de criteria uit de DSM-5 van de American Psychiatric Association.De criteria voor de diagnose: sociaal contact en communicatie, en vaste patronen (ook prikkels). Wie eerder Asperger of PDD-NOS had, krijgt nu de diagnose ASS.
- richtlijnWorld Health Organization (WHO) (2025). Autism. WHO fact sheet, 17 september 2025.In 2021 had ongeveer 1 op de 127 mensen autisme. Wat iemand kan en nodig heeft, verschilt en verandert. De BMR-prik veroorzaakt geen autisme; het onderzoek dat dat beweerde was vals en is teruggetrokken.
- onderzoekHviid e.a. (2019). Measles, Mumps, Rubella Vaccination and Autism: A Nationwide Cohort Study. Annals of Internal Medicine 170(8), 513-520.Bij 657.461 kinderen in Denemarken gaf de BMR-prik geen grotere kans op autisme.
- richtlijnThuisarts.nl (NHG) (2025). Mijn kind heeft autisme. Thuisarts.nl, laatst gewijzigd 10 december 2025.Autisme is aangeboren en gaat niet over. Een behandeling helpt om er goed mee om te gaan.
- onderzoekSandin e.a. (2017). The Heritability of Autism Spectrum Disorder. JAMA 318, 1182-1184.In Zweden, met miljoenen broers, zussen en tweelingen: ongeveer 83 procent van de verschillen in autisme komt door erfelijkheid.
- ervaringNederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) (2026). Kenmerken, oorzaken en invloed van autisme op het dagelijks leven. autisme.nl.1 tot 2 procent van de mensen heeft autisme, in Nederland ongeveer 200.000. Ongeveer 80 procent van de verschillen hangt samen met erfelijkheid. Je hebt het je hele leven.
- onderzoekBird e.a. (2010). Empathic brain responses in insula are modulated by levels of alexithymia but not autism. Brain 133(5), 1515-1525.Meeleven met de pijn van een ander hing samen met alexithymie (moeite om je eigen gevoel te herkennen), niet met autisme. Rekening houdend met alexithymie was er geen verschil tussen de groepen.
- onderzoekCrompton e.a. (2020). Autistic peer-to-peer information transfer is highly effective. Autism 24(7), 1704-1712.Negen groepen van acht mensen gaven een verhaal door. Autistische mensen onder elkaar deden dat net zo goed als niet-autistische mensen onder elkaar. In gemengde groepen ging er meer verloren, en voelde het contact minder goed.
- onderzoekLoomes, Hull en Mandy (2017). What Is the Male-to-Female Ratio in Autism Spectrum Disorder? A Systematic Review and Meta-Analysis. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry 56(6), 466-474.54 onderzoeken samen: op elke 3 jongens met autisme is er ongeveer 1 meisje, niet 1 op 4. Meisjes met autisme lopen meer kans dat ze geen diagnose krijgen.
- onderzoekHull e.a. (2017). "Putting on My Best Normal": Social Camouflaging in Adults with Autism Spectrum Conditions. Journal of Autism and Developmental Disorders 47(8), 2519-2534.92 autistische volwassenen over camoufleren: hun autisme verbergen om erbij te horen. Dat kostte veel, onder meer uitputting.
- onderzoekHowlin e.a. (2009). Savant skills in autism: psychometric approaches and parental reports. Philosophical Transactions of the Royal Society B 364(1522), 1359-1367.Bij 137 autistische mensen had 28,5 procent (39 mensen) een uitzonderlijk talent. De meesten dus niet.
Toets
Laat zien wat je weet. Er zijn 8 vragen. Heb je er 6 goed, dan heb je het onderwerp gehaald.
Gebaseerd op onderzoek en op de ervaring van autistische mensen. Deze cursus legt uit wat autisme is en geeft je hulpmiddelen. Hij stelt geen diagnose en vervangt geen hulpverlener. Herken je jezelf, of gaat het niet goed? Praat erover met iemand die je vertrouwt, je huisarts, of je mentor of studentendecaan.