Mythes over autisme — Het autistisch brein
Het autistisch breinBegrijpen

Mythes over autisme

Over autisme gaan veel verhalen rond die niet kloppen. Wat wel klopt, en hoe je zelf checkt of iets waar is.

Duur 25 minutenBewijs redelijkBronnen nagekeken 28-10-2026Lees eerst Wat is autisme?
1/14

Eerst even gokken

Klopt het, of klopt het niet? Kies wat je denkt. Fout is niet erg. Zo merk je straks wat je nieuw leert.

2/14

Wat is een mythe?

Een mythe is een verhaal dat veel mensen geloven, maar dat niet klopt. Over autisme gaan veel mythes rond. Ze maken het leven van autistische mensen soms moeilijker.

Ken je het spel doorfluisteren? De eerste persoon fluistert een zin in het oor van de tweede. Die fluistert hem door naar de derde. Aan het eind van de rij is de zin heel anders geworden.

Zo ontstaan veel mythes. Iemand ziet één autistisch persoon. Daar maakt hij een verhaal van over iedereen. Een ander vertelt het door. Na een tijd gelooft bijna iedereen het.

Om te onthouden

Een verhaal wordt niet waar doordat veel mensen het vertellen.

Mythes zijn niet alleen fout. Ze kunnen ook pijn doen. Iemand hoort "jij voelt toch niks". Of iemand krijgt geen hulp, omdat "meisjes geen autisme hebben". Daarom loont het om te checken wat klopt.

3/14

Wat doet het autistisch brein?

Je kunt niet in het hoofd van een ander kijken. Je ziet alleen wat iemand doet. Daar maak je een verhaal bij. Bij het autistisch brein klopt dat verhaal vaak niet.

Een voorbeeld. Een klasgenoot doet op school gewoon mee. Je denkt: die heeft geen autisme. Maar misschien verbergt die persoon het. Dat kost veel energie, en thuis is die persoon heel moe.

Nog een voorbeeld. Iemand reageert niet als een klasgenoot huilt. Je denkt: die voelt niks. Maar misschien schrikt die persoon juist. Het autistisch brein weet dan niet meteen wat het moet doen.

Aan de buitenkant zie je gedrag. Aan de binnenkant werkt het brein anders. Een mythe ontstaat als je de buitenkant ziet, en de binnenkant gokt.

4/14

Wat weten we?

Over veel mythes is onderzoek gedaan. Hieronder staat eerst wat onderzoekers vonden, en daarna welke mythe dat rechtzet. Bij elke uitkomst staat waar hij vandaan komt. Alle bronnen staan ook op de bronnenpagina.

Wat onderzoek laat zienDe mythe die niet kloptBron
657.461 kinderen gevolgd: de BMR-prik gaf geen grotere kans op autismeDe prik veroorzaakt autismeHviid e.a. (2019); WHO
Autisme is aangeboren, en vooral erfelijkAutisme komt door de opvoedingThuisarts.nl; Sandin e.a. (2017)
Meeleven hing niet samen met autismeAutistische mensen voelen niks voor een anderBird e.a. (2010)
Autistische mensen onder elkaar gaven een verhaal net zo goed doorAutistische mensen kunnen niet goed praten met anderenCrompton e.a. (2020)
Er is ongeveer 1 meisje op elke 3 jongensAutisme is iets voor jongensLoomes e.a. (2017)
Ongeveer 3 op de 10 had een uitzonderlijk talentAlle autistische mensen hebben een supertalentHowlin e.a. (2009)

De prik en de opvoeding

De prik. Onderzoeker Anders Hviid volgde in Denemarken 657.461 kinderen. Kinderen met de BMR-prik kregen niet vaker autisme dan kinderen zonder. Ook de WHO zegt: vaccins veroorzaken geen autisme. Het oude onderzoek dat het wel beweerde, bleek vals. Het tijdschrift heeft het teruggetrokken.

De opvoeding. Autisme is aangeboren. En ongeveer 80 procent van de verschillen komt uit erfelijkheid. Het komt dus niet door strenge of koele ouders. Ouders hebben het niet veroorzaakt.

Gevoel en contact

Meeleven. Onderzoeker Geoffrey Bird keek in het brein van mensen, terwijl een ander pijn had. Sommige mensen leefden minder mee. Dat kwam niet door autisme. Het kwam door iets anders: alexithymie. Dat is moeite om je eigen gevoel te herkennen en te benoemen. Dat komt bij autistische mensen vaker voor, maar niet bij iedereen. Dit is één onderzoek. Er is meer onderzoek nodig om het zeker te weten.

Praten met elkaar. Onderzoeker Catherine Crompton liet groepen van acht mensen een verhaal doorvertellen. Net als bij doorfluisteren. Autistische mensen onder elkaar gaven het verhaal net zo goed door als niet-autistische mensen onder elkaar. In gemengde groepen ging er meer mis. Daar voelde het contact ook minder goed.

Dat zegt iets belangrijks. Het probleem zit niet in één persoon. Twee verschillende breinen moeten elkaar leren begrijpen. Dat gaat twee kanten op.

Meisjes, talent en camoufleren

Meisjes. Onderzoeker Rachel Loomes zette 54 onderzoeken op een rij. Zij vond: ongeveer drie jongens op één meisje. Niet vier op één, zoals je vaak hoort. En meisjes met autisme krijgen vaker geen diagnose.

Talent. Onderzoeker Patricia Howlin keek bij 137 autistische mensen. Ongeveer 3 op de 10 had een uitzonderlijk talent, zoals heel snel rekenen. De meesten dus niet, ook al zie je dat in films vaak anders. Volgens de NVA hebben de meeste autistische mensen een gemiddelde tot hoge intelligentie. Ongeveer 3 op de 10 heeft een verstandelijke beperking.

Camoufleren. Onderzoeker Laura Hull sprak 92 autistische volwassenen. Veel van hen verbergen hun autisme om erbij te horen. Dat heet camoufleren. Het kost veel energie, en kan je uitputten. Dat je autisme niet aan iemand ziet, betekent dus niet dat het er niet is.

5/14

Probeer het zelf

Hieronder staan tien beweringen. Sommige kloppen, andere niet. Kies wat jij denkt. Daarna zie je wat wel klopt.

Wat je invult, blijft op dit apparaat.

6/14

Hoe check je een bewering?

Je hoort of leest iets over autisme. Hoe weet je of het klopt? Stel jezelf deze vier vragen.

Vandaag: let op de woorden "alle" en "nooit"

Mythes gebruiken vaak grote woorden: alle, nooit, altijd, iedereen. "Alle autistische mensen houden van treinen." Autisme is een spectrum: geen twee autistische mensen zijn hetzelfde. Een zin over alle autistische mensen klopt dus bijna nooit.

Probeer het vandaag. Hoor je een zin over autisme? Let op of er "alle" of "nooit" in staat.

Wie zegt het?

Is het een arts, een onderzoeker, of iemand met autisme die over zichzelf vertelt? Of iemand die het ook maar ergens hoorde? Dat maakt verschil.

Iemand met autisme die over zichzelf vertelt, weet veel over zichzelf. Maar dat geldt niet voor iedereen met autisme.

Waar komt het vandaan?

Vraag: "Waar heb je dat gelezen?" Een goede bewering heeft een bron. Een filmpje met veel views is geen bron. Een bericht dat veel gedeeld wordt, ook niet.

Wat zegt een betrouwbare site?

Zoek het op bij een site die je kunt vertrouwen. Bijvoorbeeld:

Thuisarts.nl
van huisartsen, in gewone taal.
Autisme.nl
van de NVA, de Nederlandse Vereniging voor Autisme.
De bronnen van deze cursus
op de bronnenpagina.

Zeggen die iets anders? Dan klopt de bewering waarschijnlijk niet.

Wat zeg je als iemand een mythe vertelt?

Je hoeft niet iedereen te verbeteren. Wil je het wel? Houd het kort en rustig. Bijvoorbeeld:

  • "Dat hoor ik vaak. Maar het klopt niet. Onderzoek laat zien dat …"
  • "Bij mij werkt het anders. Ik …"
  • "Waar heb je dat gelezen? Ik ken ander onderzoek."
7/14

Herken je dit?

Drie mensen horen een mythe. Kijk wat er gebeurt als niemand checkt, en wat er gebeurt als iemand dat wel doet.

Casus 1Sem, groep 8

Wat er speelt

Sem is 11 en autistisch. Een klasgenoot valt en huilt. Sem blijft stil zitten. Een ander kind zegt: "Sem voelt toch niks. Dat hebben mensen met autisme."

Wat de meeste mensen doen

Niemand zegt iets. De klas gaat verder.

Waarom dat niet werkt

De mythe blijft hangen in de klas. Sem hoort hem vaker. Hij gaat zich afvragen of het waar is.

Wat beter werkt

De meester vraagt Sem later wat er gebeurde. Sem zegt: "Ik schrok. Ik wist niet wat ik moest doen." De meester legt de klas uit: Sem voelt wel. Hij laat het op een andere manier zien.

Waarom dat helpt

De klas leert dat stil zijn iets anders is dan niets voelen. En Sem weet dat hij gewoon wel voelt.

Casus 2Lisa, tweede jaar hbo

Wat er speelt

Lisa is 20. Ze vertelt een vriendin dat ze autistisch is. De vriendin zegt: "Echt? Dat zie je helemaal niet aan je."

Wat de meeste mensen doen

Lisa lacht. Ze zegt: "Nee, haha." Thuis is ze moe en verdrietig.

Waarom dat niet werkt

De vriendin denkt nu dat het wel meevalt. Maar Lisa camoufleert de hele dag. Dat kost haar veel energie.

Wat beter werkt

Lisa zegt: "Dat hoor ik vaker. Ik doe veel moeite om het niet te laten zien. Daar word ik moe van." De vriendin vraagt wat haar helpt.

Waarom dat helpt

De vriendin begrijpt nu waarom Lisa soms vroeg naar huis gaat. Lisa hoeft het minder te verbergen.

Casus 3Mark, vader van twee kinderen

Wat er speelt

Mark is 38. Zijn oudste zoon is autistisch. Op internet leest hij dat autisme door de BMR-prik komt. Zijn dochter van 1 moet binnenkort die prik krijgen.

Wat de meeste mensen doen

Mark twijfelt. Hij deelt het bericht en zegt de afspraak af.

Waarom dat niet werkt

Het bericht klopt niet. Zonder prik kan zijn dochter mazelen krijgen. En hij geeft zichzelf de schuld van het autisme van zijn zoon. Dat is ook niet terecht.

Wat beter werkt

Mark stelt de vier vragen. Wie zegt het? Waar komt het vandaan? Hij leest op Thuisarts.nl en bij de WHO wat er bekend is. En hij belt het consultatiebureau met zijn vragen.

Waarom dat helpt

Mark weet nu: de prik veroorzaakt geen autisme, en de opvoeding ook niet. Zijn dochter krijgt de prik.

8/14

Past het niet?

Checken helpt bijna altijd. Maar soms loopt het anders.

  • Je hebt geen energie om uit te leggenJe hoeft niet elke mythe te verbeteren.Zeg niets, of stuur later een link naar deze les.
  • De ander wil niet luisterenIemand blijft bij zijn mening, ook na uitleg.Stop het gesprek. Praat met iemand die je wel begrijpt.
  • Het is geen mythe meer, maar pestenIemand gebruikt autisme om jou of een ander uit te lachen.Dat is niet jouw schuld. Vertel het aan je mentor, een vertrouwenspersoon of je leidinggevende.
  • Het klopt wel voor één persoon"Jan houdt niet van knuffelen" kan waar zijn voor Jan.Het wordt pas een mythe als je het over alle autistische mensen zegt.
  • Je vindt geen bronJe weet niet of het klopt.Zeg "ik weet het niet zeker". Dat is ook een goed antwoord.
9/14

Voor jou

Wat betekent dit voor jou? Kies op het overzicht wie je bent, dan staat jouw stukje open.

Zelf

Je hebt misschien zelf een mythe gehoord, over jou. Dat kan pijn doen. Weet: mythes zeggen iets over wat mensen niet weten. Ze zeggen niets over wie jij bent. Je bepaalt zelf of je iets uitlegt. Je hoeft het niet.

Iemand om me heen

Je kent iemand met een autistisch brein. Misschien geloofde je zelf ook een paar mythes. Dat is niet erg, want bijna iedereen hoort ze. Vraag de persoon zelf hoe het voor hem of haar is. Dat is de beste bron.

Ouder of verzorger

Het autisme van je kind komt niet door jouw opvoeding, en niet door een prik. Het is aangeboren. Hoor je een mythe over je kind, bijvoorbeeld op school? Dan mag je dat rechtzetten. Deze les en de bronnen kun je delen.

Leerkracht, docent of leidinggevende

In een klas of team gaan mythes snel rond. Jij kunt ze stoppen. Reageer rustig als je er een hoort, ook als de autistische persoon er niet bij is. Vraag de persoon zelf wat hij of zij wil dat anderen weten. Gebruik iemand niet als voorbeeld voor de groep zonder toestemming. Of iemand vertelt over zijn autisme, beslist die persoon zelf.

10/14

Mythes & valkuilen

Ook bij het checken zelf kun je fouten maken. Hier zijn er vier.

BeweringKlopt het?Wat wel klopt
Als veel mensen het zeggen, klopt het.NeeOok een fout verhaal kan heel vaak gedeeld worden. Kijk naar de bron, niet naar hoeveel mensen het zeggen.
Een positieve mythe is niet erg.Nee"Alle autistische mensen zijn goed in rekenen" klinkt aardig. Maar wie dat niet is, voelt zich dan raar. Ongeveer 3 op de 10 heeft een uitzonderlijk talent, niet iedereen.
Als ik één autistisch persoon ken, ken ik autisme.NeeAutisme is een spectrum. Geen twee autistische mensen zijn hetzelfde.
Een filmpje van een arts is altijd betrouwbaar.NeeOok een arts kan iets fout zeggen. Kijk of Thuisarts.nl of de NVA hetzelfde zeggen.
11/14

Hulp nodig?

Heb je last van mythes, of van wat mensen over jou zeggen? Je hoeft het niet alleen op te lossen.

Iemand die je vertrouwt
een ouder, een vriend, een broer of zus. Vertel wat je hoorde.
Op school of studie
je mentor, de vertrouwenspersoon of de studentendecaan. Zeker als het pesten wordt.
Op je werk
je leidinggevende of de vertrouwenspersoon.
De NVA
de Nederlandse Vereniging voor Autisme, op autisme.nl. Voor informatie en contact met anderen.
12/14

Samenhang

Lees eerst

Verwant

Hierna

13/14

Bronnen

Alle bronnen van de cursus →

14/14

Toets

Laat zien wat je weet. Er zijn 8 vragen. Heb je er 6 goed, dan heb je het onderwerp gehaald.

Gebaseerd op onderzoek en op de ervaring van autistische mensen. Deze cursus legt uit wat autisme is en geeft je hulpmiddelen. Hij stelt geen diagnose en vervangt geen hulpverlener. Herken je jezelf, of gaat het niet goed? Praat erover met iemand die je vertrouwt, je huisarts, of je mentor of studentendecaan.