Overprikkeling — Het autistisch brein
Het autistisch breinZelf een autistisch brein

Overprikkeling

Als er te veel tegelijk binnenkomt, raakt je brein vol. Hoe je dat op tijd merkt, wat helpt, en hoe je een noodplan maakt.

Duur 25 minutenBewijs redelijkBronnen nagekeken 28-10-2026Lees eerst Wat is autisme?

Lees ook de andere kant: Als het te veel wordt

1/14

Eerst even gokken

Wat weet je al over overprikkeling? Kies wat je denkt. Fout is niet erg.

2/14

Wat is overprikkeling?

Overprikkeling betekent: er komt meer binnen dan je brein op dat moment kan verwerken. Je brein raakt vol. Dan lukt denken, praten of rustig blijven even niet meer.

Zie je brein als een glas water. Elke prikkel is een beetje water: een harde stem, fel licht, een kriebelende trui. Ook andere dingen vullen het glas. Bijvoorbeeld een plan dat verandert, een lastig gesprek, honger of moe zijn.

Is het glas vol? Dan loopt het over. Het lijkt dan alsof een klein ding de oorzaak is. Maar het glas was al bijna vol.

Om te onthouden

Het komt niet door dat ene kleine ding. Het glas was al bijna vol.

Meltdown en shutdown

Als het glas overloopt, kan dat op twee manieren gaan.

Meltdown. Je verliest de controle over wat je doet. Je gaat misschien schreeuwen, huilen of schoppen. Het komt naar buiten.

Shutdown. Je klapt dicht. Je kunt niet meer praten, of je wilt je verstoppen. Soms heb je ineens geen energie meer. Het blijft binnen.

Een meltdown is geen driftbui. Je doet het niet expres, en niet om iets te krijgen. Je kunt het op dat moment niet stoppen.

3/14

Wat doet het autistisch brein?

Bij het autistisch brein komen prikkels vaak harder binnen. Een tl-lamp die zoemt, hoor je misschien de hele les. Een label in je shirt voel je de hele dag. Bij sommige mensen komen prikkels juist zachter binnen. Dan merk je bijvoorbeeld pijn of honger pas laat.

Je brein moet al die prikkels verwerken. Dat kost energie. Daardoor raakt het glas sneller vol. En het kan een tijd duren voordat het weer leeg is.

Is het glas vol? Dan schakelt je brein over op een noodstand. Het lichaam gaat vechten of bevriezen. Vechten is de meltdown. Bevriezen is de shutdown.

Het goede nieuws: je kunt leren zien hoe vol je glas is. En je kunt er minder in laten komen, of het eerder leeg laten lopen.

4/14

Wat weten we?

Over prikkels bij autisme is veel onderzoek gedaan. Over meltdowns weten we vooral iets uit wat autistische mensen zelf vertellen.

WatWat we wetenBron
PrikkelsAnders verwerken van prikkels hoort bij de officiële regels voor de diagnoseDSM-5, via de CDC
Harder binnenAutistische volwassenen hebben bij elk zintuig vaker last van gewone prikkelsTavassoli e.a. (2014)
Ook zachterPrikkels komen soms te hard, soms te zacht binnen, en soms zoek je ze juist opBen-Sasson e.a. (2009)
MeltdownOverspoeld door prikkels en stress, met sterke gevoelens en moeite met denkenLewis en Stevens (2023)
KoptelefoonKinderen deden met een koptelefoon meer mee, thuis en op schoolPfeiffer e.a. (2019)

Zintuigen. Onderzoeker Teresa Tavassoli vroeg 221 autistische en 181 niet-autistische volwassenen naar prikkels. De autistische groep had vaker last van gewone prikkels. Dat gold voor zien, horen, voelen, ruiken en proeven.

Hoe een meltdown voelt. Onderzoeker Laura Lewis vroeg 32 autistische volwassenen hoe een meltdown voelt. Ze vertelden: alles komt tegelijk binnen. Ze voelden zich heel boos, verdrietig of bang, en konden slecht denken. Veel van hen probeerden de controle te houden. Voelden ze een meltdown aankomen? Dan zochten ze een plek alleen.

Een koptelefoon. Onderzoeker Beth Pfeiffer sprak 10 ouders en 5 leerkrachten. Hun kinderen konden slecht tegen geluid. Met een koptelefoon die geluid dempt, deden ze meer mee. Veel kinderen leerden zelf voorspellen wanneer ze hem nodig hadden. Dit was een klein onderzoek.

Uit ervaring. Een Engelse zorginstelling (NHS) schreef met artsen en ervaringsdeskundigen op wat helpt. Rust, tijd, minder prikkels, en vooraf afspreken wat je nodig hebt. Dat is vooral ervaringskennis, en geen groot onderzoek.

5/14

Probeer het zelf

Maak je eigen noodplan. Doe het op een rustig moment, niet als je glas vol is. Je kunt het later aanvullen.

Wat je invult, blijft op dit apparaat.

6/14

Hoe pak je het aan?

Overprikkeling kun je niet altijd voorkomen. Maar je kunt wel veel doen. Begin klein.

Vandaag: kijk hoe vol je glas is

Kies drie vaste momenten op een dag. Bijvoorbeeld na het ontbijt, na de lunch en na school of werk. Vraag jezelf dan: hoe vol is mijn glas, van 0 tot 10?

Bij 0 is het glas leeg. Bij 10 loopt het over. Schrijf het getal op. Na een week zie je wanneer het glas snel volloopt.

Herken je signalen

Vlak voor het glas overloopt, geeft je lichaam vaak signalen. Die zijn bij iedereen anders. Bijvoorbeeld:

  • Je loopt heen en weer, of je kunt niet stilzitten.
  • Je stelt steeds dezelfde vraag.
  • Geluiden lijken ineens harder.
  • Doen alsof het goed gaat, lukt niet meer.

Schrijf jouw signalen op in je noodplan. Hoe eerder je ze ziet, hoe meer tijd je hebt.

Laat er minder in

Kijk welke prikkels je kunt verminderen. Bijvoorbeeld:

Geluid
een koptelefoon of oordopjes.
Licht
een plek uit de buurt van fel licht of een raam.
Mensen
een plek aan de rand, niet in het midden.
Veranderingen
vraag de planning vooraf.

Zorg ook voor de basis. Eet, drink en slaap genoeg. Een hongerig of moe brein raakt sneller vol.

Laat het glas leeglopen

Is je glas al meer dan half vol? Dan helpt het om het eerder leeg te laten lopen. Bijvoorbeeld:

Een rustige plek
zo min mogelijk geluid, licht en mensen.
Tijd
het kan een tijd duren voordat je weer rustig bent. Dat hoort bij jouw brein.
Bewegen
een stuk wandelen. Of een handdoek zo hard mogelijk uitwringen, loslaten, en opnieuw.
Ademen
adem in en tel tot 3. Houd je adem vast en tel tot 3. Adem uit en tel tot 6.
Je interesse
even bezig zijn met iets waar je veel van houdt.

Spreek het van tevoren af

Op een rustig moment kun je goed nadenken. In een meltdown of shutdown lukt dat niet. Spreek daarom vooraf af wat je nodig hebt. Met je ouders, je mentor of je leidinggevende.

Bijvoorbeeld: "Als ik mijn kaartje laat zien, mag ik vijf minuten naar de gang." Zo hoef je op het moment zelf niets uit te leggen.

7/14

Herken je dit?

Drie mensen, drie keer een vol glas. Kijk wat er gebeurt als niemand het ziet, en wat er gebeurt als iemand dat wel doet.

Casus 1Fenna, groep 7

Wat er speelt

Fenna is 10. Op vrijdag is er gym in een grote sporthal. Het galmt er, en iedereen roept. Na de gym schopt Fenna tegen een tas. Daarna gaat ze huilend onder een tafel zitten.

Wat de meeste mensen doen

De meester zegt streng: "Fenna, kom eruit. Zo doen we niet." Hij vraagt waarom ze dat deed.

Waarom dat niet werkt

Fenna's glas loopt over. Ze heeft een meltdown. Op dat moment kan ze niet nadenken of uitleggen. Vragen en strenge woorden maken het glas nog voller.

Wat beter werkt

De meester zegt rustig: "Ik ben hier. Je mag even blijven zitten." Hij laat de klas verdergaan. Later spreken Fenna, haar ouders en de meester af: Fenna mag bij de gym een koptelefoon op.

Waarom dat helpt

Er komt minder geluid binnen. Haar glas loopt minder snel vol.

Casus 2Jesse, 3 vmbo

Wat er speelt

Jesse is 15. In de pauze zit hij in de kantine. Na de pauze heeft hij een toets. In de toets weet hij ineens niets meer.

Wat de meeste mensen doen

Jesse denkt dat hij niet goed geleerd heeft. Hij gaat de volgende keer nog langer leren.

Waarom dat niet werkt

Jesse had wel geleerd. Maar de kantine vulde zijn glas. Voor de toets was er geen ruimte meer.

Wat beter werkt

Jesse kijkt een week lang hoe vol zijn glas is. Hij ziet: na de kantine is het altijd een 8. Hij vraagt zijn mentor of hij in de pauze in de bibliotheek mag zitten.

Waarom dat helpt

Zijn glas is voor de toets niet zo vol. Nu kan hij laten zien wat hij weet.

Casus 3Sara, op haar werk

Wat er speelt

Sara is 29. Ze werkt in een groot kantoor zonder vaste plekken. Aan het eind van de middag heeft ze een overleg. Daar zegt ze ineens niets meer. Ze kan geen woord meer uitbrengen.

Wat de meeste mensen doen

Een collega zegt: "Sara, wat vind jij? Zeg eens wat." Iedereen kijkt naar haar.

Waarom dat niet werkt

Sara heeft een shutdown. Haar glas zat na een hele dag in het drukke kantoor al vol. Vragen en aandacht maken het voller.

Wat beter werkt

Sara spreekt met haar leidinggevende af: ze krijgt een vaste plek in een rustige hoek. Lastige overleggen zijn in de ochtend. En ze mag haar mening ook later mailen.

Waarom dat helpt

Haar glas loopt overdag minder vol. En als het toch vol is, hoeft ze niet te praten.

8/14

Past het niet?

Een noodplan helpt veel mensen. Maar soms loopt het anders.

  • Een koptelefoon mag nietOp school of op je werk mag je hem niet op.Bespreek het met je mentor of leidinggevende. Leg uit waarvoor hij is. Vaak kan het dan wel.
  • Je merkt de signalen te laatHet glas loopt over voordat je iets merkte.Vraag iemand die je goed kent om je signalen ook te leren. Die kan je eerder waarschuwen.
  • Er is geen rustige plekJe bent in de trein, op een feest of in een winkel.Ga naar het toilet of naar buiten. Een koptelefoon of je ogen dicht helpen ook.
  • Het gebeurt bijna elke dagJe glas is steeds vol, ook na rust.Dan is er misschien meer aan de hand. Praat erover met je huisarts.
  • Je hebt geen diagnoseJe weet niet of je autistisch bent.Het noodplan werkt ook zonder diagnose. Iedereen kan overprikkeld raken.
9/14

Voor jou

Wat betekent dit voor jou? Kies op het overzicht wie je bent, dan staat jouw stukje open.

Zelf

Overprikkeling is niet jouw schuld. Je brein krijgt meer binnen dan het kan verwerken. Je noodplan is van jou. Je kiest zelf aan wie je het laat zien.

Ouder of verzorger

Een meltdown van je kind is geen driftbui. Blijf rustig en dichtbij, en stel geen vragen. Praat later, als je kind weer rustig is. Maak het noodplan samen. Laat je kind zelf de signalen kiezen.

Leerkracht, docent of leidinggevende

Spreek vooraf af wat de leerling of collega nodig heeft bij overprikkeling. Bijvoorbeeld een kaartje om even weg te mogen. Tijdens een meltdown of shutdown: geen vragen, geen opdrachten, en minder prikkels. Geef tijd.

Basisschool

Het plein, de gymzaal en de overblijf zijn vaak het drukst. Een vaste rustige plek in de klas helpt. Maak het noodplan samen met je ouders en je juf of meester.

Middelbare school

Je wisselt vaak van lokaal, en de kantine is druk. Vraag je mentor om een plek waar je in de pauze rustig kunt zitten. Een koptelefoon tussen de lessen kan ook helpen.

Werk

Een open kantoor en lange overleggen vullen het glas snel. Vraag om een vaste plek, op een rustige plek. Plan lastige taken op een moment dat je glas nog leeg is.

10/14

Mythes & valkuilen

Over overprikkeling hoor je dingen die niet kloppen. Hier zijn er vier, met wat wel klopt.

BeweringKlopt het?Wat wel klopt
Een meltdown is een driftbui.NeeEen meltdown is controle verliezen door te veel tegelijk. Je doet het niet expres, en niet om iets te krijgen.
Wie stil wordt, heeft nergens last van.NeeBij een shutdown klap je dicht. Aan de buitenkant is het stil, maar het glas is vol.
Het kwam door dat ene kleine ding.NeeMeestal is het een stapel van dingen. Het kleine ding was alleen het laatste beetje water.
Met vragen help je iemand snel weer rustig te worden.NeeVragen en opdrachten maken het glas voller. Wat helpt: rust, tijd en minder prikkels.
11/14

Hulp nodig?

Raakt je glas vaak vol, en lukt het niet alleen? Je hoeft het niet alleen op te lossen.

Iemand die je vertrouwt
een ouder, een vriend, een broer of zus. Laat je noodplan zien.
Op school of studie
je mentor, de intern begeleider (IB'er) of de studentendecaan. Samen kun je afspraken maken.
Op je werk
je leidinggevende of de bedrijfsarts.
De huisarts
als het bijna elke dag gebeurt, of als jij of een ander zich pijn doet in een meltdown.
De NVA
de Nederlandse Vereniging voor Autisme, op autisme.nl. Voor informatie en contact met anderen.
12/14

Samenhang

Lees eerst

Verwant

Hierna

13/14

Bronnen

Alle bronnen van de cursus →

14/14

Toets

Laat zien wat je weet. Er zijn 8 vragen. Heb je er 6 goed, dan heb je het onderwerp gehaald.

Gebaseerd op onderzoek en op de ervaring van autistische mensen. Deze cursus legt uit wat autisme is en geeft je hulpmiddelen. Hij stelt geen diagnose en vervangt geen hulpverlener. Herken je jezelf, of gaat het niet goed? Praat erover met iemand die je vertrouwt, je huisarts, of je mentor of studentendecaan.