Je prikkelprofiel — Het autistisch brein
Het autistisch breinZelf een autistisch brein

Je prikkelprofiel

Per zintuig komen prikkels anders binnen. Hoe je uitzoekt welke prikkels jou te veel of te weinig zijn, en wat je ermee doet.

Duur 25 minutenBewijs redelijkBronnen nagekeken 28-10-2026Lees eerst Anders waarnemen
1/14

Eerst even gokken

Wat weet je al over prikkels? Kies wat je denkt. Fout is niet erg.

2/14

Wat is een prikkelprofiel?

Een prikkelprofiel is een overzicht van hoe prikkels bij jou binnenkomen, per zintuig. Waar komt te veel binnen? Waar te weinig? En wat zoek je juist op? Als je dat weet, kun je er iets aan doen.

Zie het als een mengpaneel, zoals een dj dat heeft. Er zit een schuif voor elk zintuig. Bij jou staat de schuif voor geluid misschien heel hoog. De schuif voor pijn staat misschien laag. Bij een ander staan de schuiven weer anders.

Je kunt de schuiven niet zomaar verzetten. Maar je kunt wel zorgen dat er minder of meer binnenkomt. Met een koptelefoon, een andere plek, of een wekker om te eten.

Om te onthouden

Jouw schuiven staan anders dan die van een ander. Ken je schuiven, dan weet je wat je nodig hebt.

De schuiven

Een prikkelprofiel kijkt naar al je zintuigen:

Zien
fel licht, veel kleuren, beweging om je heen.
Horen
harde geluiden, veel stemmen, een zoemend apparaat.
Voelen
labels in je kleding, aanraking, nat of plakkerig.
Ruiken en proeven
sterke geuren, eten met een bepaalde structuur.
Je lijf
honger, dorst, pijn, warm of koud, moeten plassen.
Bewegen
wiebelen, draaien, schommelen, stevig druk voelen.

Per schuif zijn er vier standen. Te hard, goed, te zacht, of: zoek ik juist op.

3/14

Wat doet het autistisch brein?

Het autistisch brein verwerkt prikkels per zintuig anders. Bij de ene schuif komt alles hard binnen. Bij de andere juist zacht. Dat kan bij één persoon tegelijk.

Een schuif die hoog staat, kost veel energie. Een drukke kantine is dan alsof iemand de muziek steeds harder zet. Een schuif die laag staat, is ook lastig. Je merkt pas laat dat je honger hebt, of dat je het koud hebt.

Sommige prikkels zoek je juist op, omdat ze rust geven. Wiebelen, iets zachts vasthouden, of stevig ingepakt zitten in een deken. Dat is geen raar gedrag. Het is je brein dat zelf aan de schuiven draait.

4/14

Wat weten we?

Over prikkels bij autisme is veel onderzoek gedaan. Over wat precies helpt, weten we minder.

WatWat we wetenBron
DiagnosePrikkels harder of zachter ervaren is een van de kenmerken voor de diagnoseDSM-5, via de CDC
Harder, zachter, opzoekenBij autisme komen prikkels te hard of te zacht binnen, of je zoekt ze juist opBen-Sasson e.a. (2009)
Elk zintuigAutistische volwassenen hebben bij elk zintuig vaker last van gewone prikkelsTavassoli e.a. (2014)
Ook laterOok boven de 40 hebben autistische mensen meer last van prikkels, vooral van geluidChen e.a. (2026)
KoptelefoonKinderen deden met een koptelefoon meer meePfeiffer e.a. (2019)

Ook op latere leeftijd. Onderzoeker Yixin Chen vroeg 265 autistische mensen van 40 tot 93 jaar naar prikkels. Ze hadden meer last dan niet-autistische mensen van dezelfde leeftijd. Vooral geluid was lastig. Velen hadden eigen manieren gevonden, zoals een koptelefoon.

Een koptelefoon. Onderzoeker Beth Pfeiffer sprak ouders en leerkrachten van kinderen die slecht tegen geluid konden. Met een koptelefoon deden de kinderen meer mee. Veel kinderen leerden zelf voorspellen wanneer ze hem nodig hadden. Het was een klein onderzoek.

Wat helpt. Veel van wat helpt, komt uit ervaring. Wat bij de een werkt, werkt bij de ander soms niet. Daarom is je eigen profiel zo belangrijk.

5/14

Probeer het zelf

Vul je prikkelprofiel in. Kies per zintuig de stand die het best past. Schrijf erbij wat helpt. Weet je het nog niet? Laat het dan open, en kijk er over een week nog eens naar.

Wat je invult, blijft op dit apparaat.

6/14

Hoe pak je het aan?

Je prikkelprofiel maak je niet in één keer. Je leert het kennen door op te letten.

Vandaag: let op één schuif

Kies vandaag één zintuig. Bijvoorbeeld horen. Let de hele dag op wat je hoort. Wat is te veel? Wat is fijn? Schrijf het 's avonds op.

Morgen kies je een ander zintuig. Na een week heb je alle schuiven gehad.

Let op verschillende plekken

Je schuiven kunnen op elke plek anders voelen. Thuis is geluid misschien goed, en op school veel te veel. Kijk daarom op een paar plekken: thuis, op school of op je werk, en onderweg.

Schuif omlaag wat te hard is

Komt een prikkel te hard binnen? Zorg dan dat er minder binnenkomt. Bijvoorbeeld:

Horen
een koptelefoon of oordopjes.
Zien
een plek met minder fel licht, of een pet.
Voelen
kleding zonder labels, van een stof die prettig voelt.
Ruiken
een plek bij een raam, of verder van de keuken.

Schuif omhoog wat te zacht is

Merk je iets pas laat? Zet dan iets in om het eerder te merken. Bijvoorbeeld:

  • een wekker op je telefoon om te eten en te drinken;
  • altijd een trui mee, ook als het warm lijkt;
  • vaste momenten om naar de wc te gaan.

Gebruik wat je opzoekt

Zoek je een prikkel op omdat hij rust geeft? Gebruik dat. Een stressbal in je zak. Een stevig kussen op je schoot. Een stukje lopen tussen twee taken.

Deel je profiel

Laat je profiel zien aan wie je helpt. Je ouders, je mentor of je leidinggevende. Dan weten zij waarom je een koptelefoon draagt, of een andere plek vraagt. Je kunt het profiel downloaden.

7/14

Herken je dit?

Drie mensen, drie mengpanelen. Kijk wat er gebeurt als niemand de schuiven kent, en wat er gebeurt als iemand ze wel kent.

Casus 1Lieke, groep 6

Wat er speelt

Lieke is 9. Ze wil geen spijkerbroek aan. Ze eet alleen droge dingen. En ze springt de hele dag op de trampoline.

Wat de meeste mensen doen

Haar ouders denken dat ze moeilijk doet. Ze zeggen: "Gewoon even doorzetten, je went eraan."

Waarom dat niet werkt

Lieke's schuif voor voelen staat hoog. Een spijkerbroek en nat eten voelen voor haar echt naar. En springen is iets wat ze opzoekt, omdat het rust geeft.

Wat beter werkt

Lieke en haar ouders vullen samen het prikkelprofiel in. Ze krijgt zachte broeken. Bij het eten mag ze het natte en het droge apart leggen. Na school springt ze eerst een kwartier.

Waarom dat helpt

Haar ouders snappen nu wat er speelt. Lieke hoeft minder te vechten tegen haar eigen schuiven.

Casus 2Milan, 3 havo

Wat er speelt

Milan is 14. Hij vergeet steeds te eten en te drinken op school. Aan het eind van de dag heeft hij hoofdpijn en is hij heel prikkelbaar.

Wat de meeste mensen doen

Milan denkt dat hij gewoon slecht tegen school kan.

Waarom dat niet werkt

Milans schuif voor zijn lijf staat laag. Hij merkt honger en dorst pas als het al te laat is. Dan kan hij nog minder hebben.

Wat beter werkt

Milan zet twee wekkers op zijn telefoon: om tien uur en om half één. Dan eet en drinkt hij iets, ook als hij geen honger voelt.

Waarom dat helpt

Zijn lijf krijgt op tijd wat het nodig heeft. Hij heeft minder hoofdpijn, en kan aan het eind van de dag meer hebben.

Casus 3Gerard, 63

Wat er speelt

Gerard is 63 en autistisch. Hij gaat graag naar de supermarkt op maandagochtend. Sinds de verbouwing staat er muziek aan, en piepen de kassa's harder. Hij gaat er niet meer heen.

Wat de meeste mensen doen

Zijn dochter zegt: "Pap, het is maar muziek."

Waarom dat niet werkt

Gerards schuif voor geluid staat hoog. Voor hem is het niet "maar muziek". En niet meer gaan, maakt zijn wereld kleiner.

Wat beter werkt

Gerard koopt een koptelefoon die geluid dempt. Hij gaat weer op maandagochtend, met de koptelefoon op.

Waarom dat helpt

Er komt minder geluid binnen. Gerard kan weer zelf boodschappen doen.

8/14

Past het niet?

Een prikkelprofiel helpt veel mensen. Maar soms loopt het anders.

  • Je profiel is elke dag andersOp een moeie dag staan alle schuiven hoger.Dat is ook informatie. Schrijf erbij hoe moe je was. Lees ook de les over je energie.
  • Je weet niet wat je voeltHet is moeilijk te zeggen of iets te hard of te zacht is.Vraag iemand die je goed kent om mee te kijken. Of let op wat je doet: waar loop je weg, wat zoek je op?
  • Een hulpmiddel mag nietEen koptelefoon of pet mag niet op school of op je werk.Laat je profiel zien. Leg uit waarvoor het is. Vaak kan het dan toch.
  • Je schuiven veranderenIets wat vroeger goed ging, gaat nu niet meer.Dat kan, ook als je ouder wordt. Vul je profiel af en toe opnieuw in.
9/14

Voor jou

Wat betekent dit voor jou? Kies op het overzicht wie je bent, dan staat jouw stukje open.

Zelf

Jouw schuiven staan zoals ze staan. Dat is niet goed of fout. Als je ze kent, kun je kiezen wat je nodig hebt. Je profiel is van jou. Jij bepaalt wie het ziet.

Ouder of verzorger

Gedrag dat moeilijk lijkt, heeft vaak met prikkels te maken. Een kind dat niet wil aankleden of eten, kan last hebben van een schuif die hoog staat. Vul het profiel samen in. Laat je kind zelf de standen kiezen.

Leerkracht, docent of leidinggevende

Vraag naar het prikkelprofiel. Een koptelefoon, een andere plek of een pet zijn vaak kleine aanpassingen. Ze kunnen veel verschil maken. Spreek af wanneer en waar ze mogen.

Basisschool

Kinderen kunnen hun profiel vaak niet zelf uitleggen. Kijk wat ze opzoeken en waar ze van weglopen. Vul het profiel samen in, met plaatjes als dat helpt.

Middelbare school

Je zit in veel verschillende lokalen. Elk lokaal heeft andere prikkels. Vraag je mentor om je profiel aan je docenten te laten zien.

Werk

Een open kantoor, fel licht of veel geluid kost veel energie. Vraag om een rustige werkplek of thuiswerkdagen. Je profiel helpt om uit te leggen waarom.

10/14

Mythes & valkuilen

Over prikkels hoor je dingen die niet kloppen. Hier zijn er drie, met wat wel klopt.

BeweringKlopt het?Wat wel klopt
Je went vanzelf aan prikkels.NeeIn onderzoek hadden autistische mensen van 40 tot 93 jaar nog steeds meer last van prikkels. Wennen gaat dus niet vanzelf.
Wiebelen of springen is raar gedrag.NeeHet is vaak een prikkel die je opzoekt, omdat hij rust geeft.
Een koptelefoon maakt je afhankelijk.NeeKinderen met een koptelefoon deden juist meer mee. Velen leerden zelf wanneer ze hem nodig hadden.
11/14

Hulp nodig?

Heb je veel last van prikkels? Je hoeft het niet alleen op te lossen.

Iemand die je vertrouwt
een ouder, een vriend, een broer of zus. Laat je profiel zien.
Op school of studie
je mentor, de intern begeleider (IB'er) of de studentendecaan. Vraag om aanpassingen.
Op je werk
je leidinggevende of de bedrijfsarts.
De huisarts
als prikkels je dagelijks leven veel moeilijker maken. Die kan met je meedenken over hulp.
De NVA
de Nederlandse Vereniging voor Autisme, op autisme.nl. Voor informatie en contact met anderen.
12/14

Samenhang

Lees eerst

Verwant

Hierna

13/14

Bronnen

Alle bronnen van de cursus →

14/14

Toets

Laat zien wat je weet. Er zijn 8 vragen. Heb je er 6 goed, dan heb je het onderwerp gehaald.

Gebaseerd op onderzoek en op de ervaring van autistische mensen. Deze cursus legt uit wat autisme is en geeft je hulpmiddelen. Hij stelt geen diagnose en vervangt geen hulpverlener. Herken je jezelf, of gaat het niet goed? Praat erover met iemand die je vertrouwt, je huisarts, of je mentor of studentendecaan.